ECLI:NL:PHR:2006:AZ3170
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt partneralimentatie en draagkrachtberekening bij verzorgende ouder
Partijen waren gehuwd onder huwelijkse voorwaarden en zijn gescheiden. De man verzocht partneralimentatie van de vrouw, die hij als verzorgende ouder van het minderjarige kind aansprakelijk stelde. De rechtbank wees het verzoek af, maar het hof stelde partneralimentatie vast op €260 per maand, rekening houdend met de draagkracht van de vrouw en haar zorg voor het kind.
De vrouw stelde cassatieberoep in met meerdere klachten, waaronder dat het hof onvoldoende rekening had gehouden met haar verplichtingen jegens het kind, de welstand tijdens het huwelijk en de specifieke lasten voor het kind. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht de eenoudergezinsnorm hanteerde in de draagkrachtberekening en dat de vrouw geen bijzondere omstandigheden had gesteld die extra lasten rechtvaardigen.
Ook het standpunt dat de onderhoudsverplichting jegens het kind voorrang zou hebben op die jegens de man werd verworpen. De Hoge Raad bevestigde de discretionaire bevoegdheid van de rechter bij het bepalen van de ingangsdatum van alimentatie en oordeelde dat het hof voldoende had gemotiveerd waarom de alimentatie inging op de datum van de beschikking.
Het cassatieberoep van de vrouw en het incidentele cassatieberoep van de man werden verworpen, waarmee het hofarrest in stand bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vrouw en het incidentele cassatieberoep van de man worden verworpen; het hofarrest wordt bevestigd.