ECLI:NL:PHR:2006:AZ3172
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot enquête wegens mondelinge oproeping aandeelhoudersvergadering in familiebedrijf
Een aandeelhoudster in een familiebedrijf verzocht de Ondernemingskamer om een enquête te gelasten wegens het jarenlang mondeling oproepen voor de algemene vergadering van aandeelhouders, terwijl de statuten schriftelijke oproeping voorschrijven. De Ondernemingskamer wees het verzoek af, stellende dat de aandeelhoudster mondeling op de hoogte werd gesteld, geen bezwaar maakte en geen interesse toonde in de gang van zaken.
De aandeelhoudster ging in cassatie tegen deze beslissing. De Hoge Raad benadrukte dat het gelasten van een enquête een discretionaire bevoegdheid van de Ondernemingskamer is, waarbij alle belangen moeten worden afgewogen. Het enkele feit dat wettelijke of statutaire voorschriften zijn geschonden, leidt niet automatisch tot het vermoeden van wanbeleid.
De Hoge Raad oordeelde dat de Ondernemingskamer niet heeft miskend dat de oproeping niet volgens de statuten was, maar dat gezien de omstandigheden en de afzijdige houding van de aandeelhoudster dit niet rechtvaardigt om een enquête te gelasten. Het cassatieberoep werd verworpen en het verzoek tot enquête afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot het gelasten van een enquête wordt afgewezen omdat de mondelinge oproeping en omstandigheden geen gegronde reden tot twijfel aan het beleid geven.