ECLI:NL:HR:2005:AU2465
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- P.C. Kop
- F.B. Bakels
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Beoordeling enquêteverzoek inzake conversie cumulatief preferente aandelen Unilever
In deze zaak staat centraal de vraag of de ondernemingskamer een enquête kan gelasten naar het beleid en de gang van zaken van Unilever met betrekking tot de uitgifte en voorgenomen conversie van cumulatief preferente aandelen. Verzoekers, aandeelhouders van Unilever, vorderen een onderzoek naar het beleid rond de uitgifte in 1999 en de aangekondigde conversie in 2004.
De ondernemingskamer heeft een onderzoek bevolen omdat het vermogensrechtelijke geschil ook de positie van de vennootschap en het functioneren van haar organen raakt. Unilever betoogde dat het verzoek een zuiver vermogensrechtelijk geschil betreft dat niet thuishoort bij de ondernemingskamer, maar bij de gewone burgerlijke rechter. De ondernemingskamer oordeelde echter dat het verkrijgen van opening van zaken ook een doel van de enquête kan zijn.
De Hoge Raad bevestigt dat een enquêteverzoek niet-ontvankelijk is indien het louter vermogensrechtelijke geschillen betreft, maar dat indien het geschil ook het beleid en functioneren van de vennootschap raakt, een enquête kan worden gelast. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van Unilever en oordeelt dat de ondernemingskamer voldoende oog heeft gehad voor de belangenafweging en motivering. De uitspraak benadrukt het discretionaire karakter van de enquêtebevoegdheid en de noodzaak van gegronde redenen om aan het beleid van de vennootschap te twijfelen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het gelasten van een enquête door de ondernemingskamer.