ECLI:NL:PHR:2007:AI0669
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over vrijstelling omzetbelasting bemiddeling kinderopvang en herziening ten onrechte gefactureerde BTW
Belanghebbende, een stichting die bemiddeling bij kinderopvang verzorgt, bracht vanaf 1 april 1997 omzetbelasting in rekening over haar provisies, wat de Belastingdienst na een boekenonderzoek naheffingsaanslagen oplegde. Het Hof Arnhem oordeelde echter dat de bemiddeling onder de vrijstelling voor kinderopvang viel en vernietigde de naheffingsaanslag.
De Staatssecretaris stelde cassatie in en betoogde dat bemiddeling niet onder de vrijstelling valt. De Hoge Raad volgt deze stelling en vernietigt het arrest van het Hof. Daarnaast behandelt de Hoge Raad subsidiair de vraag over herziening van ten onrechte gefactureerde BTW. Hierbij verwijst hij naar het arrest Schmeink/Strobel van het HvJ EG, dat bepaalt dat ten onrechte gefactureerde BTW moet kunnen worden herzien als het gevaar voor verlies van belastinginkomsten tijdig en volledig is uitgeschakeld.
De Hoge Raad benadrukt dat de Zesde richtlijn geen specifieke regeling voor herziening bevat en dat lidstaten wel procedurele regels mogen stellen, maar de neutraliteit van de BTW vereist dat herziening mogelijk is zonder afhankelijkheid van de goede trouw van de factuuruitreiker. De zaak werpt ook vragen op over de reikwijdte van deze herziening en de noodzaak van correctie van de factuur, waarop het HvJ EG nadere vragen moet beantwoorden.
De conclusie van de Procureur-Generaal is dat het beroep in cassatie gegrond is, het arrest van het Hof wordt vernietigd en het beroep tegen de naheffingsaanslag ongegrond moet worden verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt gegrond verklaard, het arrest van het Hof Arnhem vernietigd en het beroep tegen de naheffingsaanslag ongegrond verklaard.