ECLI:NL:HR:2002:AD9704
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep tegen naheffingsaanslag omzetbelasting wegens niet verrichte werkzaamheden
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag opgelegd over 1993 wegens omzetbelasting ter hoogte van ƒ 35.000. Hij maakte bezwaar tegen het niet tijdig beslissen op zijn bezwaar door de Inspecteur en ging in beroep bij het Hof. Het Hof beoordeelde het beroep inhoudelijk en verklaarde het ongegrond, waarbij het oordeelde dat belanghebbende niet in zijn belangen was geschaad door het uitblijven van een tijdige beslissing.
Belanghebbende had omzetbelasting afgetrokken op facturen van B B.V. voor interne bouwkundige werkzaamheden die feitelijk niet waren verricht. Het Hof concludeerde dat belanghebbende wist dat de werkzaamheden niet waren uitgevoerd en dat hij daarom geen recht had op aftrek van de omzetbelasting. Ook de resolutie van 1986 bood geen soelaas omdat deze alleen ziet op gevallen waarin wel een prestatie is verricht.
Belanghebbende voerde aan dat het neutraliteitsbeginsel van de omzetbelasting, zoals bevestigd in het arrest Schmeink van het Hof van Justitie, hem bescherming bood. De Hoge Raad verwierp dit verweer omdat het gevaar van verlies van belastinginkomsten niet was uitgeschakeld bij het factureren van niet verrichte prestaties.
De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. Hiermee blijft de naheffingsaanslag in stand en is het beroep van belanghebbende verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep van belanghebbende tegen de naheffingsaanslag omzetbelasting ongegrond.