ECLI:NL:PHR:2007:AI0782
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over accijnsvrijstelling kruidensigaretten en naheffingsaanslag
Belanghebbende handelde in kruidensigaretten die geheel uit andere stoffen dan tabak bestonden en bracht deze onveraccijnsd in de handel. De kruidensigaretten werden verkocht bij apotheken en drogisten met aanduidingen als 'medicinale kruidensigaret' en werden aangeprezen als hulpmiddel bij het stoppen met roken. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag accijns en een boete op omdat de kruidensigaretten niet onder de accijnsvrijstelling vielen.
Het Gerechtshof oordeelde dat de kruidensigaretten niet als medicinale producten konden worden aangemerkt omdat zij niet voldeden aan het criterium van genezende of geneeskrachtige werking. De Hoge Raad onderzoekt of belanghebbende terecht als accijnsplichtige is aangemerkt, mede gelet op de vraag wie volgens de wet accijns verschuldigd is bij verkoop op afstand en het voorhanden hebben van accijnsgoederen.
Verder wordt uitgebreid ingegaan op de uitleg van de accijnsrichtlijn, met name de vrijstelling voor producten die uitsluitend voor medische doeleinden dienen, en of dit begrip een communautair begrip is dat uniform moet worden uitgelegd. De Hoge Raad concludeert dat hierover prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen moeten worden gesteld. Tevens wordt overwogen dat het standpunt van belanghebbende pleitbaar is, zodat de opgelegde boete niet terecht is.
Uitkomst: De zaak wordt aangehouden voor prejudiciële vragen aan het HvJ EG en het beroep tegen de boete wordt gegrond verklaard.