ECLI:NL:HR:2002:AE1439
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing in accijnszaak over voorhanden hebben goederen
Belanghebbende was in beroep gegaan tegen een naheffingsaanslag in de accijns opgelegd door de Inspecteur. Het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch had de aanslag bevestigd, maar deze uitspraak werd door de Hoge Raad in 1997 vernietigd en verwezen naar het Hof te Arnhem.
Het Hof Arnhem bevestigde vervolgens de aanslag, waarbij het uitsluitend afging op de verklaring van belanghebbende dat hij afstand deed van de goederen. De Hoge Raad oordeelt dat het Hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het aannam dat belanghebbende de goederen feitelijk voorhanden had, zonder rekening te houden met het feit dat belanghebbende de ruimte verhuurde en geen sleutel had.
De Hoge Raad stelt dat het begrip 'voorhanden hebben' feitelijke beschikkingsmacht vereist en dat eigendom dit niet automatisch inhoudt. Het oordeel van het Hof is daarom niet met redenen omkleed en wordt vernietigd. De zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest.
De Staatssecretaris van Financiën wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, en belanghebbende krijgt vergoeding van het griffierecht. Het arrest is op 12 april 2002 uitgesproken door de Hoge Raad.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof Arnhem en verwijst de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling.