ECLI:NL:HR:1997:AA3194
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- De Moor
- Van Brunschot
- Meij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing in accijnszaak over voorhanden hebben alcoholhoudende producten
Belanghebbende, exploitant van een champignonkwekerij, werd geconfronteerd met een naheffingsaanslag accijns van ƒ 102.585,80 wegens het voorhanden hebben van 3.228 liter overige alcoholhoudende producten in een afgesloten ruimte bij zijn woning. Deze ruimte bevatte tevens een niet in werking zijnde illegale alcoholbranderij. Na handhaving van de aanslag door de Inspecteur bevestigde het Hof ’s-Hertogenbosch dit oordeel, stellende dat belanghebbende de ruimte niet had verhuurd en over de producten kon beschikken.
In cassatie stelde belanghebbende dat hij de ruimte had verhuurd en geen sleutel bezat, hetgeen door het Hof niet onderzocht werd. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof buiten de grenzen van het geschil was getreden door twijfel te zaaien over de huur zonder bewijs en dat het oordeel over de sleutel irrelevant was omdat deze kwestie niet door de Inspecteur was bestreden.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof en verwees de zaak naar het Gerechtshof Arnhem voor hernieuwde behandeling met inachtneming van de motieven. Tevens werd de Staatssecretaris van Financiën veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De zaak betreft de uitleg van het begrip 'voorhanden hebben' in de Wet op de accijns en de toepassing daarvan in het licht van Europese richtlijnen.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest Hof en verwijst zaak naar ander gerechtshof voor hernieuwde behandeling.