ECLI:NL:PHR:2007:AU9530
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling overdrachtsbelasting bij verkrijging landerijen en bedrijfsmatige exploitatie
De zaak betreft een geschil over de toepassing van de landbouwstructuurvrijstelling in de overdrachtsbelasting bij de verkrijging van landerijen door de belanghebbende en haar dochter. De verkrijging vond plaats via een sale and lease back-constructie waarbij de verkopers de grond terugpachten. De vraag was of de vrijstelling van toepassing is, mede gelet op de eis uit art. 6a UBR dat de verkrijger de landerijen bedrijfsmatig exploiteert.
Het Hof Amsterdam oordeelde dat de vrijstelling niet geldt omdat de belanghebbende de grond niet zelf exploiteert, en dat de objectieve criteria uit het Uitvoeringsbesluit niet in strijd zijn met de wet. De belanghebbende stelde cassatie in tegen dit oordeel.
De Hoge Raad bespreekt uitvoerig de wetsgeschiedenis, jurisprudentie en beleidsregels omtrent de landbouwstructuurvrijstelling. Hij concludeert dat de eis van bedrijfsmatige exploitatie niet mag leiden tot een beperking van de vrijstelling ten opzichte van de jurisprudentie vóór het Uitvoeringsbesluit, maar dat zuivere beleggingen zonder verbetering van de landbouwstructuur niet onder de vrijstelling vallen. De zaak wordt terugverwezen voor nader feitelijk onderzoek naar de beoogde verbetering van de landbouwstructuur. Daarnaast wordt geoordeeld dat de vrijstelling niet van toepassing is op verkrijging van vruchtgebruik.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het arrest vernietigd en de zaak terugverwezen voor nader onderzoek naar verbetering van de landbouwstructuur.