ECLI:NL:PHR:2007:AW2321
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Invloed van vooruitbetalingen op het recht op aftrek van voorbelasting in cross border leasestructuur
In deze zaak staat centraal de vraag hoe vooruitbetalingen de omvang van het recht op aftrek van voorbelasting beïnvloeden binnen een complexe cross border leasestructuur. Belanghebbende sloot verschillende overeenkomsten, waaronder een sublease en een leningsovereenkomst met een Franse partij, waarbij de lening een fiscaal doel diende.
Het Hof stelde vast dat de lening een zelfstandige dienst vormt en niet opgaat in de sublease. Tevens oordeelde het Hof dat de pro rata-methode, gebaseerd op omzetverhoudingen, moet worden toegepast voor de berekening van het recht op aftrek, ook wanneer vooruitbetalingen de omzetverhoudingen beïnvloeden. De inspecteur slaagde er niet in aannemelijk te maken dat het werkelijke gebruik afwijkt van de omzetverhoudingen.
De Hoge Raad bevestigt deze oordelen en nuanceert de toepassing van de pro rata-methode. De bewijslast voor afwijking van de pro rata-methode rust op degene die hiervan wil afwijken, en vaststelling van het werkelijke gebruik moet berusten op objectieve en nauwkeurige gegevens. Een afwijking is niet mogelijk indien het werkelijke gebruik slechts bij benadering kan worden vastgesteld.
Verder benadrukt de Hoge Raad dat vooruitbetalingen leiden tot verschuldigdheid van belasting op het moment van ontvangst, maar dat dit niet betekent dat de pro rata-methode moet worden verlaten. De omvang van het recht op aftrek wordt bepaald op basis van de gerealiseerde omzet in het tijdvak waarin de belasting wordt geheven, zonder rekening te houden met toekomstige gebeurtenissen.
De Hoge Raad verklaart het principale en incidentele beroep ongegrond en bevestigt daarmee het oordeel van het Hof dat de pro rata-methode op omzetbasis geldt en dat de lening een zelfstandige dienst is binnen de leasestructuur.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de pro rata-methode op basis van omzetverhoudingen geldt, ook bij vooruitbetalingen, en dat de lening een zelfstandige dienst is.