Conclusie
1.Inleiding
Vooraf
First National Bank of Chicago [3] op de onderhavige zaak van toepassing te achten. Het Hof overweegt in dat verband onder meer dat de diverse posities van de groep [4] als schuldeiser verschillen van de positie van een deviezenhandelaar. Tegenover de door de groep te betalen interestlasten staan voorts niet in rechtstreeks verband daarmee staande interestbaten.
Banco Mais [5] - in dit geval niet tot een nauwkeuriger resultaat dan op basis van de omzetverhouding.
First National Bank of Chicagoen
Banco Maisvolgt volgens het middel dat de rentemarge bij de berekening van het recht op aftrek in aanmerking moet worden genomen als dit leidt tot een meer richtlijnconforme uitleg c.q. nauwkeuriger aftrekbepaling.
2.Omzet versus werkelijk gebruik
Evenredige aftrek volgens de Btw-richtlijn
nauwkeurigerte bepalen dan op basis van de omzetmethode. [10] Deze voorwaarde impliceert niet dat de methode per se de meest nauwkeurige is. [11]
zo veelmogelijk richtlijnconform uit te leggen.”
14 december 2011 en 3 december 2006, in samenhang bezien, moet mijns inziens worden afgeleid dat het heel mooi is als bewezen kan worden dat het werkelijk gebruik afwijkt van omzetverhoudingen - althans voor degene die van de pro rata naar omzetverhouding wil afwijken - maar dat daarmee de oorlog nog niet gewonnen is: om daadwerkelijk de maatstaf van werkelijk gebruik te kunnen hanteren, moet dat werkelijk gebruik wel objectief en nauwkeurig vast te stellen zijn. Lukt dat niet, dan wordt teruggegrepen op een toerekening naar omzetverhoudingen, ook al is op zich aannemelijk dat het werkelijke gebruik afwijkt van de omzetverhouding.
Stcrt.2007, 166, p. 14-15): (…)
Banco Mais),
V-N2014/36.24.14 tot uitgangspunt neemt dat het ‘aan het gemeenschappelijke btw-stelsel inherente neutraliteitsbeginsel vereist (…) dat de wijze van berekening van de aftrek objectief weergeeft welk deel van de uitgaven voor de verwerving van goederen en diensten voor gemengd gebruik werkelijk toe te rekenen is aan verrichtingen waarvoor recht op aftrek bestaat.’ Let op het gebruik van het woord objectief. In dat licht verzet de Btw-richtlijn ‘zich niet ertegen dat de lidstaten bij de uitoefening van deze bevoegdheid voor een bepaalde handeling een andere methode of verdeelsleutel toepassen dan de omzetverhouding, mits gewaarborgd is dat het pro rata voor de aftrek van de voorbelasting met de gekozen methode nauwkeuriger wordt bepaald dan bij toepassing van de omzetverhouding.’ Van een strengere toets van de Hoge Raad ten opzichte van het Hof van Justitie EU is naar mijn mening geen sprake nu ook het Hof van Justitie EU een objectieve en nauwkeurige berekening van het recht op aftrek van voorbelasting voorstaat.”
als van feitelijke aardin cassatie niet op juistheid worden getoetst”. [35]
als geheel, in werkelijkheid afwijkt van het op basis van de pro rata-methode aangenomen gebruik”. [36]
kanleiden tot een nauwkeuriger bepaling van het bedrag van de aftrekbare voorbelasting, mits dat werkelijk gebruik op basis van objectieve en nauwkeurig vast te stellen gegevens bepaald kan worden. Vervolgens lijkt het Hof ook deze laatste eis af te zwakken door zijn overwegingen in de punten 4.5-4.7 ten grondslag te leggen aan zijn oordeel dat de P&L per product leidt tot (voldoende) objectieve en nauwkeurig vast te stellen gegevens en te concluderen dat die berekening leidt tot een
nauwkeurigerbepaling van het werkelijk gebruik.
3.Bankenresolutie
4.Interestbaten of interestmarge?
Beoordeling incidenteel middel I
First National Bank of Chicagoheeft het Hof van Justitie geoordeeld dat de bij een deviezentransactie door de wederpartij ontvangen valuta niet als vergoeding kunnen worden beschouwd. Als vergoeding moet worden aangemerkt het bedrag waarover de bank daadwerkelijk voor eigen rekening kan beschikken. Het Hof van Justitie overwoog in dit verband: [49]
Banco Maisaanknopingspunten worden gevonden voor het standpunt dat de rentemarge bij de berekening van het recht op aftrek in aanmerking moet worden genomen, reeds omdat – zoals ik hiervoor heb toegelicht – belanghebbendes aftrek moet worden bepaald op basis van de omzetmethode. Het Hof heeft mijns inziens dus terecht geoordeeld dat belanghebbende bij het bepalen van haar aftrek moet uitgaan van de rentebaten en niet (slechts) van de interestmarge. Incidenteel middel I faalt. Ik geef de Hoge Raad in overweging incidenteel middel I af te doen met toepassing van artikel 81 lid 1 Wet Pro RO.