ECLI:NL:PHR:2007:AW3924
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Invloed van omzetbelasting op de bepaling van de WOZ-waarde van onroerende zaken
In deze zaak staat centraal de vraag of bij de bepaling van de WOZ-waarde van onroerende zaken rekening moet worden gehouden met de invloed van omzetbelasting, en of deze invloed geëlimineerd moet worden indien de onroerende zaak meer dan twee jaren in gebruik is. De zaak betreft een bedrijfsgebouw in eigendom van de Staat, waarbij de waarde is vastgesteld op basis van de gecorrigeerde vervangingswaarde.
Het Hof Amsterdam heeft geoordeeld dat de herbouwkosten inclusief BTW moeten worden berekend indien de eigenaar de BTW niet kan verrekenen, zoals bij de Staat het geval is. De gemeente mocht haar standpunt over de BTW-positie wijzigen zonder het vertrouwensbeginsel te schenden, omdat belanghebbende voldoende gelegenheid had om hierop te reageren. De gecorrigeerde vervangingswaarde wordt bepaald inclusief BTW indien de eigenaar deze niet kan verrekenen, en exclusief indien wel.
De Hoge Raad bevestigt deze lijn en overweegt dat de wetgever bewust een subjectief element in de waardering heeft gebracht door de gecorrigeerde vervangingswaarde te koppelen aan de waarde die de zaak voor de eigenaar heeft. Dit kan leiden tot verschillende waarderingen voor identieke objecten afhankelijk van de fiscale positie van de eigenaar. De waarde in het economische verkeer daarentegen wordt objectief bepaald en houdt geen rekening met persoonlijke omstandigheden zoals de BTW-positie.
De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat de invloed van omzetbelasting op de WOZ-waarde afhankelijk is van de aftrekbaarheid voor de eigenaar, en dat de gecorrigeerde vervangingswaarde inclusief omzetbelasting wordt bepaald indien de eigenaar deze niet kan verrekenen. Deze benadering voorkomt ongerechtvaardigde verschillen en sluit aan bij de jurisprudentie en wetshistorie.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de gecorrigeerde vervangingswaarde inclusief omzetbelasting wordt bepaald indien de eigenaar deze niet kan verrekenen en verklaart het cassatieberoep ongegrond.