ECLI:NL:PHR:2007:AX0731
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Waardering van de eigen woning voor het successierecht na afschaffing van het 60%-forfait
Deze conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad betreft een samenhangend aantal zaken waarin de waardering van de eigen woning bij successierecht centraal staat. Tot 1 januari 2002 gold een forfaitaire waardering van 60% van de waarde in vrij opleverbare staat voor woningen die door de verkrijger of erflater werden bewoond. Met de afschaffing van deze regeling ontstond onduidelijkheid over de vraag of en in hoeverre rekening gehouden moet worden met een waardedrukkend effect van bewoning.
De staatssecretaris van Financiën heeft tegen uitspraken van verschillende gerechtshoven beroep in cassatie ingesteld, omdat deze hoven uiteenlopende opvattingen hadden: sommige hoven gingen uit van waardering tegen de waarde in vrij opleverbare staat zonder aftrek wegens bewoning, terwijl andere hoven per geval een waardedrukkend effect van bewoning toestonden. De conclusie stelt dat de wetgever met het vervallen van het forfait heeft beoogd uit te gaan van de waarde in vrij opleverbare staat, zonder aftrek wegens bewoning, mede om uitvoeringslasten te beperken en fiscale consistentie te waarborgen.
De conclusie bespreekt uitvoerig de parlementaire geschiedenis, jurisprudentie en literatuur over de waardering van de eigen woning in het kader van zowel successierecht als vermogensbelasting. Daarbij wordt benadrukt dat het begrip 'waarde in het economische verkeer' objectief moet worden uitgelegd en dat persoonlijke omstandigheden zoals bewoning in beginsel niet tot waardevermindering mogen leiden. Tevens wordt gewezen op het nieuwe erfrecht per 1 januari 2003, waarbij de langstlevende echtgenoot de nalatenschap verkrijgt en de overige erfgenamen een niet-opeisbare vordering, waardoor de waardering van de woning in vrij opleverbare staat aansluit bij de fiscale realiteit.
De conclusie pleit ervoor dat maatschappelijke bezwaren tegen de heffing over de volle waarde van de eigen woning niet via waarderingsregels maar via wetgevende vrijstellingen moeten worden opgelost. Hiermee wordt beoogd rechtszekerheid en fiscale gelijkheid te bevorderen, en onnodige uitvoeringslasten te voorkomen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de eigen woning voor het successierecht gewaardeerd moet worden tegen de waarde in vrij opleverbare staat zonder aftrek wegens bewoning.