ECLI:NL:PHR:2007:AX0777
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waardering eigen woning voor successierecht na afschaffing 60%-forfait
Deze conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad betreft een cassatieprocedure over de waardering van de eigen woning in het kader van het successierecht. Centraal staat de vraag of binnen het begrip 'waarde in het economische verkeer' van artikel 21, lid 1, Successiewet 1956 ruimte bestaat om rekening te houden met een waardedrukkend effect van bewoning na de afschaffing van de forfaitaire waardering op 60% van de waarde in vrij opleverbare staat per 1 januari 2002.
De casus betreft een nalatenschap waarbij de langstlevende echtgenoot samen met de erflaatster in de woning woonde. De woning werd getaxeerd op de volle waarde zonder waardedruk, terwijl de belanghebbenden een lagere waarde van 70% van de volle waarde voorstonden. Diverse gerechtshoven hebben hierover uiteenlopende uitspraken gedaan: sommige hoven handhaven een waardedruk bij bewoning, andere hoven wijzen dit af en stellen de waarde gelijk aan de waarde in vrij opleverbare staat.
De conclusie bespreekt uitvoerig de parlementaire geschiedenis, jurisprudentie en literatuur over de waardering van de eigen woning voor het successierecht en de vermogensbelasting. Daarbij wordt benadrukt dat het begrip 'waarde in het economische verkeer' een objectief waardebegrip is, waarbij persoonlijke omstandigheden van de verkrijger of erflater in principe buiten beschouwing moeten blijven. De afschaffing van het 60%-forfait was bedoeld om de waardering te baseren op de waarde in vrij opleverbare staat, zonder waardedrukkende correcties wegens bewoning.
De conclusie stelt dat het hof ten onrechte rekening heeft gehouden met een waardedrukkend effect van bewoning en dat de woning in de nalatenschap moet worden opgenomen tegen de waarde in vrij opleverbare staat. De conclusie adviseert het cassatieberoep van de staatssecretaris gegrond te verklaren en daarmee de lagere waardering wegens bewoning te verwerpen.
Uitkomst: De Hoge Raad oordeelt dat de eigen woning voor het successierecht moet worden gewaardeerd op de waarde in vrij opleverbare staat zonder waardedrukkend effect van bewoning.