ECLI:NL:PHR:2007:AY7199
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Waardering van complex met deels rijksmonument volgens Wet WOZ
In deze zaak staat centraal de vraag of een belastingobject dat deels als rijksmonument is aangewezen, in zijn geheel of slechts gedeeltelijk volgens de waarde in het economische verkeer moet worden gewaardeerd onder de Wet WOZ.
Het betreft een militair complex te Amsterdam, bestaande uit verschillende gebouwen en terreinen, waarvan een deel als rijksmonument is beschermd. De belanghebbende betoogde dat het gehele object op de waarde in het economische verkeer van € 1 moest worden gewaardeerd, terwijl het Hof de waarde op € 40.114.500 vaststelde.
De Hoge Raad oordeelt dat het complex als één onroerende zaak moet worden beschouwd volgens artikel 16 Wet Pro WOZ, waarbij het monumentale deel wordt gewaardeerd volgens artikel 17 lid Pro 2 (waarde in het economische verkeer) en het niet-monumentale deel volgens artikel 17 lid Pro 3 (gecorrigeerde vervangingswaarde). Het waarderingsvoorschrift voor rijksmonumenten geldt voor het monumentale gedeelte, niet voor het gehele complex.
De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat de waardering van het complex op deze wijze rechtmatig is, waarmee wordt voorkomen dat monumenten met een lage waarde in het economisch verkeer onterecht hoge heffingen krijgen.
De uitspraak geeft belangrijke verduidelijking over de afbakening en waardering van samengestelde WOZ-objecten met monumentale en niet-monumentale delen, en bevestigt de toepassing van de Wet WOZ in samenhang met de Monumentenwet 1988.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de waardering van het complex conform het Hof bevestigd.