ECLI:NL:PHR:2007:AY9199
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor het zonder vergunning opslaan van aardappelsorteergrond als afvalstof
De zaak betreft de vraag of het opslaan van aardappelsorteergrond afkomstig van een fritesfabriek zonder vergunning een strafbare overtreding vormt volgens de Wet milieubeheer. De verdachte, directeur van een landbouwbedrijf en een BV, nam de grond in ontvangst en sloeg deze op zonder de vereiste vergunning van Gedeputeerde Staten van Zeeland.
Het hof stelde vast dat de aardappelsorteergrond als afvalstof moet worden aangemerkt omdat de fritesfabriek zich ervan wilde ontdoen en er milieuschade kon ontstaan door rottingsprocessen tijdens opslag. De verdachte had (voorwaardelijk) opzet op het zonder vergunning opslaan van deze afvalstoffen. Het hof verwierp het verweer dat de grond een grondstof was of dat de inrichting viel onder het Besluit akkerbouwbedrijven milieubeheer.
De verdachte voerde onder meer aan dat de opslag viel onder het Besluit akkerbouwbedrijven en dat hij mocht vertrouwen op de melding bij de gemeente, maar het hof oordeelde dat de omvang en aard van de opslagactiviteiten zelfstandige vergunningplichtige inrichtingen vormden. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel en verzoeken tot nader onderzoek werden verworpen. De strafrechter was niet gebonden aan het oordeel van de bestuursrechter en vormde een zelfstandig oordeel.
De verdachte werd veroordeeld wegens medeplegen van de overtreding van artikel 8.1 Wet milieubeheer, met een geldboete en een voorwaardelijke hechtenis. De middelen tot cassatie werden afgewezen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld voor het zonder vergunning opslaan van aardappelsorteergrond als afvalstof met een geldboete en voorwaardelijke hechtenis.