ECLI:NL:PHR:2007:AZ1490
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep bij vordering onder appelgrens en geen doorbreking appelverbod
In deze zaak huurde eiseres een kamer van verweerster en vorderde zij €350 wegens onrechtmatige ontruiming en schade. De kantonrechter wees de vordering af omdat eiseres niet was verschenen bij de comparitie, ondanks verzoeken om uitstel vanwege verblijf in het buitenland. Het hof verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk op grond van de appelgrens van €1.750 zoals neergelegd in artikel 332 lid 1 Rv Pro.
Eiseres stelde dat het appelverbod doorbroken moest worden vanwege schending van fundamentele procesbeginselen zoals hoor en wederhoor. De Hoge Raad bevestigde echter de vaste rechtspraak dat deze leer niet geldt voor vorderingen onder de appelgrens, ook niet bij schending van fundamentele beginselen. Cassatie staat wel open, maar alleen op beperkte gronden.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had door het beroep niet-ontvankelijk te verklaren en verwierp het cassatieberoep. Hiermee werd bevestigd dat de appeluitsluiting strikt wordt toegepast bij geringe financiële belangen, ondanks het belang van fundamentele procesrechten.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens de appelgrens van €1.750, ondanks het beroep op schending van fundamentele procesbeginselen.