ECLI:NL:PHR:2007:AZ6114
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ontvankelijkheid OM ondanks privacy-schending HIV-status verdachte
In deze zaak stond de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie centraal, mede tegen de achtergrond van een onderzoek naar ontucht met minderjarige jongens in het Anne Frankplantsoen te Eindhoven. Verdachte werd onder meer verdacht van ontucht en poging tot zware mishandeling door het hebben van onbeschermde seksuele contacten terwijl hij wist dat hij HIV-positief was.
Het hof had vastgesteld dat er een redelijk vermoeden van schuld bestond op basis van informatie van de Regionale Criminele Inlichtingen Eenheid (CIE) en getuigenverklaringen. Verdachte voerde verweren aan tegen de rechtmatigheid van opsporingsbevoegdheden zoals telefoontaps en observaties, en stelde dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard vanwege schending van zijn privacy door openbaarmaking van zijn HIV-status.
De Hoge Raad oordeelde dat hoewel het recht op privacy van verdachte was geschonden door de openbaarmaking van zijn HIV-status, dit niet leidde tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie. Het hof had terecht geoordeeld dat de openbaarmaking niet uit recherche-tactische overwegingen plaatsvond, maar uit zorg voor de volksgezondheid. Ook werd bevestigd dat de onschuldpresumptie niet was geschonden door de persberichten. Verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijftien maanden, waarvan vijf voorwaardelijk.
De Hoge Raad verwierp de cassatiemiddelen, waaronder die over de betrouwbaarheid van getuigenverklaringen, de rechtmatigheid van opsporingsmaatregelen, en het beroep op eigen schuld van de slachtoffers. De strafmaat werd bevestigd, en het beroep werd verworpen.
Uitkomst: Hoge Raad verwierp cassatieberoep en bevestigde ontvankelijkheid OM ondanks privacy-schending HIV-status verdachte.