ECLI:NL:PHR:2007:AZ6131
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor doodslag en poging tot vervoer van cocaïne met discussie over strafbaarheid poging en samenstelling middel
De zaak betreft een verdachte die door het gerechtshof is veroordeeld voor doodslag en subsidiair medeplegen van poging tot opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet, namelijk het vervoer van circa 1 kilogram cocaïne. De poging tot vervoer vond plaats tijdens een mislukte aankoop die uitmondde in een schietpartij waarbij een van de dealers om het leven kwam.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof het begin van uitvoering van de poging tot vervoer onvoldoende heeft bewezen. Hoewel de verdachte en zijn medeverdachte zich naar de woning begaven en het blok cocaïne in handen hadden, was het testen van de drugs en de onzekerheid over de koop reden om te concluderen dat de normale loop der dingen tot aankoop en vervoer niet vaststond. Daarnaast is de klacht gegrond dat het middel dat als cocaïne werd gepresenteerd feitelijk lidocaïne betrof, een stof die niet onder de Opiumwet valt, waardoor sprake is van een absoluut ondeugdelijke poging.
Verder constateert de Hoge Raad dat het hof niet de juiste vermelding van de vordering van het Openbaar Ministerie in het arrest heeft opgenomen, maar dit leidt niet tot nietigheid omdat het een kennelijke vergissing betreft die met verbetering kan worden gelezen. Ook is het hof tekortgeschoten in de toepassing van art. 27 lid 1 Sr Pro met betrekking tot de uitleveringsdetentie van de verdachte. Het cassatieberoep wordt gegrond verklaard voor het deel poging tot vervoer en de strafoplegging, en het arrest wordt vernietigd voor dat onderdeel, terwijl het beroep voor het overige wordt verworpen.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd voor het onderdeel poging tot vervoer van cocaïne en de strafoplegging, voor het overige wordt het beroep verworpen.