ECLI:NL:PHR:2007:BB8762
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dubbele strafbaarheid bij uitlevering voor poging tot cocaïne-aankoop
De zaak betreft een uitleveringsverzoek van de Verenigde Staten aan Nederland voor een persoon die ervan wordt verdacht een pakketje met ongeveer 500 gram cocaïne te hebben willen kopen. Hoewel het pakketje geen cocaïne bevatte, oordeelde de rechtbank dat het feit onder Nederlandse wetgeving strafbaar is op grond van artikel 10a van de Opiumwet, dat voorbereidingshandelingen strafbaar stelt.
De verdediging voerde aan dat het ontbreken van de daadwerkelijke cocaïne en het feit dat het pakketje leeg was, de strafbaarheid uitsluit. De rechtbank verwierp dit verweer en stelde dat het voorhanden hebben van middelen met het oog op verdere verspreiding van harddrugs strafbaar is, ook zonder dat het daadwerkelijke middel aanwezig is.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en benadrukte dat voorbereidingshandelingen zoals bedoeld in artikel 10a Opiumwet strafbaar zijn, ook als het misdrijf niet voltooid kan worden of het middel ontbreekt. Het ontbreken van de cocaïne in het pakket doet niet af aan de strafbaarheid van de poging tot aankoop. Het middel van cassatie faalt, en de uitlevering wordt toelaatbaar verklaard op grond van dubbele strafbaarheid.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de uitlevering toelaatbaar wegens dubbele strafbaarheid van de poging tot aankoop van cocaïne, ook bij afwezigheid van het daadwerkelijke middel.