ECLI:NL:PHR:2007:AZ6541
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid advocaat wegens niet tijdig instellen vordering vernietiging bankgaranties wegens dwaling
In deze zaak vorderen oud-cliënten vergoeding van schade wegens een beroepsfout van een advocaat die niet tijdig een vordering tot vernietiging van bankgaranties wegens dwaling heeft ingesteld. De zaak draait om de vraag of de advocaat tekort is geschoten door het niet aanwenden van dit rechtsmiddel binnen de verjaringstermijn en of de schade als gevolg daarvan toerekenbaar is.
De Hoge Raad bespreekt uitgebreid de maatstaf voor de zorgvuldigheid die van een advocaat mag worden verwacht, waarbij onder meer het belang van de kans van slagen van de vordering en overleg met de cliënt centraal staan. Tevens wordt ingegaan op de juridische criteria voor het vaststellen van beroepsfout en causaal verband, met bijzondere aandacht voor het leerstuk van proportionele aansprakelijkheid en vergoeding van verloren kansen.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onjuist heeft geoordeeld dat er geen ruimte was voor vergoeding van schade wegens een verloren kans, omdat onvoldoende zekerheid bestond dat de vordering kansrijk was. Ook is geoordeeld dat het hof zijn motivering over de mededelingsplicht onvoldoende heeft toegelicht. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak naar een ander hof voor verdere behandeling.
De zaak bevat uitgebreide overwegingen over de verhouding tussen onderzoeks- en mededelingsplicht, de beoordeling van dwaling, en de toepassing van het leerstuk van proportionele aansprakelijkheid bij onzeker causaal verband. Daarnaast wordt het bewijs van onjuiste inlichtingen en de betekenis daarvan voor de aansprakelijkheid van de advocaat uitvoerig besproken.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar een ander hof voor verdere behandeling.