Conclusie
NJ1982/255 (
Van Veen/X). Volgens de rechtbank doet die situatie zich voor in de onderhavige zaak. In hoger beroep heeft het hof echter in het kader van het tweede verwijt dat Carigna [eiseres] maakt, geoordeeld dat Carigna wel degelijk schade heeft geleden en de vordering tot schadevergoeding toegewezen. In cassatie komt [eiseres] hiertegen op.
1.Feiten
2.Procesverloop
“term for appeal seemed to have past”en dat de in die brief vermelde kansinschatting aan de voorwaarde werd onderworpen dat executie van het verstekvonnis daadwerkelijk zou kunnen worden afgewend. Immers onder 3 is vermeld:
“If we succeed in taken step 2”.
“We referrence to point 2, I would guess that the chances a better 70% (win)/30% (loss).”
3.Bespreking van de cassatieklachten
wijzevan begroting van de schade en met het tweede subonderdeel bestrijdt [eiseres] met een motiveringsklacht de begroting van de schade waartoe het hof uiteindelijk is gekomen.
wijzevan begroting van de schade [12] (enigszins anders geformuleerd: of de rechter bij de keuze voor een bepaalde wijze van schadebegroting is uitgegaan van een juiste rechtsopvatting). De uiteindelijke (toepassing van deze wijze van) begroting is sterk met de feiten verweven en kan in cassatie niet op juistheid worden getoetst. [13] Dat brengt mee dat de mogelijk als afzonderlijke klacht bedoelde uiteenzetting van [eiseres] omtrent hetgeen het hof als feitelijke situatie had moeten beschouwen, hier niet aan de orde kan komen, al blijkt uit hetgeen hierna komt dat ik het hof goed kan volgen en het met de uiteenzetting van [eiseres] dus niet eens ben.
wijzevan begroting van de schade. Uiteraard kan de begroting van de schade in cassatie ook met motiveringsklachten worden bestreden, [14] hetgeen [eiseres] heeft gedaan in subonderdeel 1.2.
subonderdeel 1.1.
in geldheeft verricht aan SAC, Carigna heeft geen schade geleden ná (c.q. door) de cessie nu deze cessie vermogensneutraal is en Carigna zal in de toekomst geen schade lijden, omdat er reeds finale kwijting is verleend door SAC aan Carigna. De kern van het verweer van [eiseres] is derhalve dat Carigna geen schade heeft geleden nu zij geen daadwerkelijke betaling heeft verricht aan SAC.
NJ1982/255 (hierna: ‘het arrest
Van Veen/X’), [24] zie rov. 4.6. van het eindvonnis, zoals hiervoor ook vermeld in randnummer 2.10). Carigna heeft ter zake aangevoerd i) dat SAC diverse verhaalspogingen heeft gedaan, maar dat bij gebrek aan vermogensbestanddelen van Carigna SAC het vonnis niet heeft kunnen executeren, ii) dat die verhaalspogingen hebben geleid tot een vaststellingsovereenkomst waarbij Carigna haar schuld aan SAC heeft voldaan middels het overdragen van haar vorderingsrecht op [eiseres] , iii) dat vaststaat dat Carigna wel degelijk schade heeft geleden en iv) dat het enkele feit dat een schuldenaar een vordering, die op zijn vermogen drukt, mogelijk niet zal kunnen voldoen, nimmer kan leiden tot de conclusie dat deze schuldenaar geen schade heeft geleden.
Van Veen/Xjuist heeft geïnterpreteerd, dat beoordeeld moet worden of Carigna schade heeft geleden en dat [eiseres] in dat kader heeft vastgesteld dat Carigna geen verhaal biedt en dat SAC niet zal worden betaald. Het hof heeft hiermee de kern weergegeven van het verweer van [eiseres] (hiervoor randnummer 3.14), waarop het hof volgens het subonderdeel ontoereikend zou hebben gereageerd.
Van Veen/X:
Van Veen/Xheeft het hof niet de bedoeling gehad de schade te begroten alsof sprake zou zijn van “een door een beroepsfout veroorzaakt verstekvonnis”. Immers, het hof heeft een alinea daarvóór reeds de schade begroot die het gevolg is van de tekortkoming van [eiseres] die ziet op onjuiste advisering waardoor Carigna een voor haar gunstige schikking niet heeft aanvaard (hiervoor randnummers 3.10 en 3.11). Het hof heeft met het weergeven van (zijn interpretatie van) het arrest
Van Veen/X“slechts” willen ingaan op de standpunten van partijen en de daaruit in casu voortvloeiende rechtsvraag: lijdt Carigna reeds schade als voor haar een schuld ontstaat, die niet aan de orde was geweest indien [eiseres] juist zou hebben geadviseerd óf lijdt Carigna pas schade door de daadwerkelijke voldoening (betaling) van die schuld (waar het arrest
Van Veen/Xtot op zekere hoogte van lijkt uit te gaan [25] )? Ik lees rov. 3.20 zo dat het hof heeft geoordeeld dat voor het bestaan c.q. ontstaan van schade in casu niet is vereist dat de betreffende schuld aan SAC daadwerkelijk is voldaan door Carigna. Ik licht dat toe.
Onderdeel 1van het middel is dus vergeefs voorgesteld.
Van Veen/X– van uit is uitgegaan dat door het toewijzende verstekvonnis schade was ontstaan van de omvang van de toegewezen vordering, tenzij er een reële kans bestaat dat aan het verstekvonnis niet of niet volledig zal worden voldaan. Ik meen dat onderdeel 2. vergeefs is voorgesteld, omdat i) het hof bij de schadebegroting niet is uitgegaan van een abstracte wijze van begroting (aangezien het de feitelijk/hypothetische methode heeft gehanteerd, hiervoor randnummer 3.11), ii) het hof er bij de schadebegroting niet van is uitgegaan dat de schade door
het toewijzende verstekvonnisis ontstaan (maar door de
tekortkoming van [eiseres]die ziet op onjuiste advisering waardoor Carigna een voor haar gunstige schikking niet heeft aanvaard, hiervoor randnummers 3.10, 3.11 en 3.20) en iii) het hof bij de (wijze van) schadebegroting ook niet is geïnspireerd door het arrest
Van Veen/X(hiervoor randnummers 3.20 en 3.21).
Onderdeel 2.faalt, omdat het berust op een onjuiste lezing van de bestreden einduitspraak. Desondanks zal ik de (sub-)subonderdelen van onderdeel 2. bespreken.
sub-subonderdeel 2.1.1., dat aanvoert dat het hof zou hebben miskend dat de regel van schadebegroting die volgt uit het arrest
Van Veen/Xziet op de situatie waarin de schade wordt begroot in het geval dat nog
nietaan het toewijzend verstekvonnis is voldaan. In de onderhavige zaak is volgens het sub-subonderdeel
welaan het verstekvonnis voldaan. In dat geval is volgens [eiseres] niet beslissend of er een reële kans bestaat dat aan het verstekvonnis niet of niet volledig zal worden voldaan, maar is beslissend of en in hoeverre Carigna door het voldoen aan het verstekvonnis in een slechtere situatie is komen te verkeren (feitelijke situatie) dan waarin zij zou hebben verkeerd indien er geen beroepsfout zou zijn gemaakt (hypothetische situatie). Dit zou het hof hebben miskend, omdat het hof – in weerwil van het feit dat aan het verstekvonnis is voldaan – toch de schade heeft begroot aan de hand van (de bedragen zoals genoemd in) het toewijzend verstekvonnis en niet aan de hand van de feitelijk/hypothetische methode, aldus het sub-subonderdeel.
Van Veen/X(en heeft dus niet beslissend geacht of er een reële kans bestaat dat aan het verstekvonnis niet of niet volledig zal worden voldaan), maar heeft met het weergeven van (zijn interpretatie van) het arrest
Van Veen/X“slechts” willen ingaan op de standpunten van partijen ten aanzien van het oordeel van de rechtbank in het eindvonnis omtrent dat arrest (hiervoor randnummer 3.20). Nu uit randnummer 3.11 van deze conclusie volgt dat het hof – in tegenstelling tot wat [eiseres] betoogt – bij het bepalen van de omvang van de schadebegroting is uitgegaan van een concrete schadebegroting, berust deze klacht op een onjuiste lezing van het bestreden eindarrest. Overigens veronderstelt het sub-subonderdeel ten onrechte dat het hof er bij de schadebegroting van uit zou moeten gaan dat de schade is ontstaan
door het voldoen van het verstekvonnis.De schadevergoeding van Carigna wordt immers niet gebaseerd op de eerste beroepsfout (het laten verstrijken van de verzettermijn), maar op de tweede beroepsfout, die ziet op de onjuiste advisering over Carigna’s procespositie nadat het verzet reeds te laat was ingediend waardoor Carigna een voor haar gunstige schikking niet heeft aanvaard (hiervoor randnummers 3.10, 3.11 en 3.20).
Sub-subonderdeel 2.1.1.treft geen doel.
sub-subonderdeel 2.1.1.Daarmee faalt
subonderdeel 2.1.
subonderdeel 2.2.faalt derhalve.
niethaar schuld aan SAC heeft voldaan. Ook voor deze subonderdelen geldt echter dat zij er ten onrechte van uitgaan dat het hof bij het bepalen van de schade is uitgegaan van een abstracte wijze van begroting (hiervoor randnummer 3.11). Bovendien lopen de klachten ook nog vast op het volgende. Het hof heeft – in tegenstelling tot wat [eiseres] in de subonderdelen betoogt – juist geoordeeld dat Carigna haar schuld aan SAC heeft voldaan (rov. 3.5 en 3.20 en randnummers 3.15 en 3.21 hiervoor). Daarnaast heeft het hof, zoals ik hiervoor al eerder heb aangegeven, niet beslissend laten zijn of er een reële kans bestaat dat aan het verstekvonnis niet of niet volledig zal worden voldaan (hiervoor laatstelijk randnummer 3.27). Nu ook zij berusten op een onjuiste lezing van het bestreden eindarrest, treffen
subonderdelen 2.3. en 2.4.evenmin doel.
Onderdeel 2.van het middel is daarmee vergeefs voorgesteld.