ECLI:NL:PHR:2007:AZ6635
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bestuurdersaansprakelijkheid wegens niet tijdig melden betalingsonmacht volgens Invorderingswet 1990
In deze zaak staat de aansprakelijkheid van een bestuurder centraal op grond van artikel 36 van Pro de Invorderingswet 1990 wegens het niet tijdig melden van betalingsonmacht van de vennootschap Triax Arbodienst B.V. De vennootschap had diverse belastingaanslagen onbetaald gelaten, en de bestuurder werd aansprakelijk gesteld voor deze schulden. De kernvraag was of de melding van betalingsonmacht, gedaan op 3 maart 1998, geldig bleef ondanks dat Triax na die melding incidenteel betalingen had verricht.
De rechtbank had de bestuurder aansprakelijk gesteld, het hof beperkte deze aansprakelijkheid tot de periode tot en met het vierde kwartaal van 1997, omdat na 1 januari 1998 tijdig melding van betalingsonmacht was gedaan en geen sprake was van kennelijk onbehoorlijk bestuur. De Hoge Raad bevestigt dat een melding van betalingsonmacht niet automatisch vervalt door incidentele betalingen na de melding. De beleidsregel in de Leidraad Invordering 1990 die dit zou impliceren, wordt niet gevolgd omdat deze niet strookt met de strekking van de wet en het zorgvuldigheidsbeginsel.
De Hoge Raad benadrukt dat de Ontvanger van de Belastingdienst zich een adequaat inzicht moet verschaffen in de redenen van betalingsonmacht en dat de melding geldig blijft totdat de Ontvanger op basis van voldoende feiten kan concluderen dat de situatie is beëindigd. De bestuurder kan alleen aansprakelijkheid ontlopen door te bewijzen dat het niet aan hem te wijten is dat de melding niet tijdig of correct is gedaan. De Hoge Raad verwierp de cassatieberoepen en bevestigde het arrest van het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de melding van betalingsonmacht geldig blijft ondanks incidentele betalingen en beperkt de aansprakelijkheid van de bestuurder tot de periode tot en met het vierde kwartaal 1997.