ECLI:NL:PHR:2007:AZ8747
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over vaststelling griffierecht in onteigeningszaken
Deze zaak betreft een verzetprocedure tegen de hoogte van het vast recht (griffierecht) dat de griffier van de Hoge Raad in rekening bracht in een onteigeningszaak. De gemeente had onteigening van onroerende zaken laten uitspreken, waarna de rechtbank schadeloosstellingen vaststelde. De griffier rekende een vast recht gebaseerd op de toegekende schadeloosstelling.
Opposant betoogde dat het tarief van € 296,– (voor 'alle andere gevallen') van toepassing moest zijn, omdat de eis in onteigeningszaken niet strekt tot betaling van een bepaalde geldsom. De griffier verdedigde het hogere tarief gekoppeld aan het financiële belang. De Hoge Raad bevestigde dat de eis in onteigeningszaken niet gericht is op betaling van een bepaalde geldsom, maar op onteigening en schadeloosstelling.
De Hoge Raad concludeerde dat het griffierecht in cassatie in onteigeningszaken moet worden berekend volgens het tarief voor 'alle andere gevallen' zoals bedoeld in de Wet tarieven burgerlijke zaken (Wtbz). Dit voorkomt een wanverhouding tussen het griffierecht en het financiële belang. Het verzet tegen het vastgestelde griffierecht werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het verzet tegen het vastgestelde griffierecht in cassatie in onteigeningszaken wordt afgewezen.