ECLI:NL:PHR:2007:BA0424
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitleg en toetsing motivering bewezenverklaring volgens art. 359 lid 3 Sv in mishandelingszaak
In deze zaak is door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch een verdachte veroordeeld voor mishandeling op 12 februari 2005 in Maastricht. Het hof motiveerde de bewezenverklaring door een uitgebreide weergave van de redengevende feiten en omstandigheden, ontleend aan getuigenverklaringen en het slachtoffer, met nauwkeurige verwijzingen naar de bewijsmiddelen.
De verdachte stelde cassatie in het belang der wet in met de vraag of het hof voldeed aan artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, dat vereist dat de bewezenverklaring steunt op in het vonnis opgenomen bewijsmiddelen met redengevende feiten en omstandigheden. De zaak betrof de beoordeling van de zogenaamde Promis II-werkwijze, waarbij de motivering direct in het arrest wordt opgenomen zonder een verkort arrest met latere aanvulling.
De Hoge Raad overweegt uitgebreid de wettelijke achtergrond, parlementaire geschiedenis en jurisprudentie over de motiveringseisen. Hij bevestigt dat het volstaat om de redengevende feiten en omstandigheden uit de bewijsmiddelen zakelijk samen te vatten, mits deze nauwkeurig worden vermeld en onderscheid wordt gemaakt met feitelijke gevolgtrekkingen. De werkwijze van het hof voldoet aan deze eisen, ook al is bij één passage sprake van een beknopte weergave van het slachtoffer, die echter niet in strijd is met de motiveringsvereisten.
De uitspraak schept duidelijkheid over de toepassing van art. 359 lid 3 Sv Pro en legitimeert de landelijke invoering van de Promis-werkwijze. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof in het belang der wet en geeft de rechtspraak richting voor toekomstige motiveringen van bewezenverklaringen in strafzaken.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de motivering van de bewezenverklaring door het hof voldoet aan art. 359 lid 3 Sv en vernietigt het arrest in het belang der wet.