ECLI:NL:PHR:2007:BA0425
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitleg van de motiveringsvereisten voor bewezenverklaring in strafvonnissen volgens art. 359 lid 3 Sv
Deze cassatie in het belang der wet betreft een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarin verdachte is veroordeeld voor medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van hennepplanten in een woning. De kernvraag is of het hof heeft voldaan aan de motiveringsvereisten van artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv), dat voorschrijft dat de bewezenverklaring moet steunen op inhoud van bewijsmiddelen met redengevende feiten en omstandigheden.
De Hoge Raad bespreekt uitvoerig het wettelijke kader en de parlementaire geschiedenis van artikel 359 Sv Pro, waarbij wordt benadrukt dat het vonnis de redengevende feiten en omstandigheden moet vermelden die de rechter tot de bewezenverklaring leiden. De Raad gaat in op de praktijk waarin rechters vaak volstaan met een verwijzing naar bewijsmiddelen zonder de inhoud daarvan expliciet weer te geven, en bespreekt het Promis II-project dat streeft naar een verbeterde en directere motivering in vonnissen.
De Hoge Raad oordeelt dat het volstaan met een zakelijke samenvatting van de redengevende feiten en omstandigheden, gekoppeld aan nauwkeurige verwijzingen naar de bewijsmiddelen, niet in strijd is met het wettelijk bewijsstelsel. Wel wordt benadrukt dat het niet volstaat om louter conclusies te vermelden zonder onderliggende feiten. De Raad benadrukt het belang van transparantie en controleerbaarheid van de motivering, mede gezien de landelijke invoering van de Promis-werkwijze.
De uitspraak geeft daarmee een belangrijke richting aan voor de motivering van bewezenverklaringen in strafzaken, waarbij de inhoud van bewijsmiddelen en de redengevende feiten en omstandigheden helder en nauwkeurig in het vonnis moeten worden weergegeven om rechtsbescherming en toetsbaarheid te waarborgen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat een motivering van de bewezenverklaring met redengevende feiten en omstandigheden en nauwkeurige verwijzing naar bewijsmiddelen voldoet aan art. 359 lid 3 Sv.