ECLI:NL:PHR:2007:BA0708
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Geen afzonderlijk cassatieberoep tegen tussenbeslissingen over geheimhouding in belastingzaken
In deze zaak gaat het om het cassatieberoep van een belanghebbende tegen een tussenbeslissing van de geheimhoudingskamer van het Gerechtshof Amsterdam. De belanghebbende werd verdacht van het verzwegen van een buitenlandse bankrekening bij de Kredietbank Luxemburg (KBLux) en eiste inzage in niet-openbare passages van het draaiboek en de nieuwsbrieven van het Rekeningenproject van de Belastingdienst. De Inspecteur beriep zich op gewichtige redenen ex art. 8:29 Awb Pro om deze stukken niet volledig te overleggen.
De derde meervoudige kamer van het Hof oordeelde dat een deel van de passages geheim moest blijven, maar dat een ander deel aan de belanghebbende moest worden verstrekt. De belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen deze tussenbeslissing. De Minister betoogde dat een dergelijk cassatieberoep niet-ontvankelijk is omdat het bestuursprocesrecht geen zelfstandig cassatieberoep tegen tussenuitspraken kent.
De Hoge Raad bevestigt dat het bestuursprocesrecht, inclusief het belastingprocesrecht, in afwijking van het burgerlijke procesrecht, geen tussenuitspraken kent waartegen separaat cassatieberoep openstaat. Beslissingen ex art. 8:29 lid 3 Awb Pro zijn geen einduitspraak en kunnen alleen in cassatie worden bestreden samen met de uitspraak in de hoofdzaak. Daarom verklaart de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het cassatieberoep tegen de tussenbeslissing ex art. 8:29 lid 3 Awb wordt niet-ontvankelijk verklaard.