ECLI:NL:PHR:2007:BA3017
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Werkgeversaansprakelijkheid bij val van verstandelijk gehandicapte werknemer van podium ondanks waarschuwing en trapje
Een verstandelijk gehandicapte werkneemster viel op 18 januari 2000 bij het afstappen van een podium in de recreatiezaal van haar werkgever, het Leger des Heils, en liep ernstig letsel op. De werkneemster stelde dat het trapje dat het hoogteverschil moest overbruggen onveilig was en dat zij daarom het trapje niet gebruikte, wat tot haar val leidde.
De werkgever voerde verweer met het standpunt dat het trapje aanwezig en veilig was en dat de werkneemster gewaarschuwd was het trapje te gebruiken. Zowel de kantonrechter als het hof oordeelden dat de werkneemster onvoldoende had gesteld om aannemelijk te maken dat het trapje onveilig was en dat de werkgever niet verplicht was specifieke aanwijzingen te geven voor het gebruik van het trapje, mede omdat het gevaar van het hoogteverschil algemeen bekend was.
De Hoge Raad stelde echter vast dat op grond van artikel 7:658 BW Pro de werkgever de stelplicht en bewijslast draagt om aan te tonen dat hij aan zijn zorgplicht heeft voldaan. De werkgever had onvoldoende concreet bewijs geleverd over de veiligheid van het trapje. Ook achtte de Hoge Raad van belang dat de werkneemster verstandelijk gehandicapt was, waardoor de werkgever mogelijk een extra inspanningsverplichting had om haar te waarschuwen of te instrueren. De zaak werd verwezen voor verdere behandeling van de openstaande geschilpunten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug vanwege onvoldoende bewijs van de werkgever dat zij aan haar zorgplicht heeft voldaan.