ECLI:NL:PHR:2007:BA3027
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst woonwagen wegens overlast niet gerechtvaardigd
De gemeente verhuurde een woonwagen en standplaats aan huurders die volgens de gemeente ernstige overlast veroorzaakten. De gemeente vorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming. De rechtbank wees de vordering toe, maar het hof vernietigde dit en wees de vordering af omdat niet alle overlast aan de huurders kon worden toegerekend.
De gemeente stelde in cassatie dat het hof onjuiste bewijswaardering had toegepast, met name ten aanzien van verklaringen van horen zeggen en het belang van eerdere overlast. De Hoge Raad oordeelde dat het hof deze verklaringen wel had betrokken, maar onvoldoende vond om de overlast aan de huurders toe te rekenen.
Verder was het hof terecht van oordeel dat de mishandeling van een ambtenaar vóór de huurovereenkomst geen reden was voor ontbinding. Ook kon de voorgeschiedenis van overlast bij een eerdere huurovereenkomst wel worden meegewogen, maar de gemeente had dit onvoldoende concreet onderbouwd.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de ontbinding niet gerechtvaardigd was, omdat de tekortkomingen niet ernstig genoeg waren. De huurders waren niet-ontvankelijk in hun beroep tegen afwijzing van hun tegenvorderingen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de ontbinding van de huurovereenkomst niet gerechtvaardigd was.