ECLI:NL:PHR:2007:BA3587
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing aansprakelijkheid artsen voor ulnarisneuropathie na operatie
Patiënte onderging op 29 juni 1995 een gynaecologische operatie onder volledige anesthesie in het Ziekenhuis Amstelveen. Kort na de ingreep ontwikkelde zij klachten van neuropathie aan de nervus ulnaris van haar linkerarm. Zij stelde dat deze schade het gevolg was van een medische fout, namelijk een verkeerde positionering van haar arm tijdens de operatie, en vorderde schadevergoeding van de betrokken artsen.
De rechtbank wees de vordering toe, stellende dat de bewijslast voor het bestaan van een fout in beginsel bij patiënte lag, maar dat zij aan haar stelplicht had voldaan en de artsen onvoldoende tegenbewijs hadden geleverd. De artsen stelden echter dat de neuropathie een zeldzame complicatie was die ook zonder fout kon optreden.
Het hof vernietigde het vonnis en wees de vordering af. Deskundigenrapporten van Prof. Knape en Dr. Carpay concludeerden dat er geen positieve aanwijzingen waren voor een medische fout en dat de complicatie zonder duidelijk aanwijsbare oorzaak was ontstaan. Het hof oordeelde dat de artsen voldoende feitelijke gegevens hadden verstrekt en dat de bewijslast niet hoefde te worden omgekeerd.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof en wijst het cassatieberoep af. De Raad benadrukt dat het optreden van een complicatie niet automatisch wijst op een fout en dat de bewijslast bij de patiënt blijft rusten. De professionele standaard destijds vereiste niet dat de positie van de patiënt in het anesthesieverslag werd opgenomen. Er is geen reden om af te wijken van de hoofdregel van art. 150 Rv Pro. De vordering tot schadevergoeding wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt dat er onvoldoende bewijs is voor een medische fout, waardoor de schadevordering wordt afgewezen.