ECLI:NL:PHR:2007:BA3593
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt schatting en toerekening wederrechtelijk verkregen voordeel bij hennepkwekerij
In deze zaak stond de ontnemingsprocedure centraal tegen betrokkene die een hennepkwekerij exploiteerde. Het hof had het wederrechtelijk verkregen voordeel geschat op basis van een oogst van 3000 planten, waarbij opbrengsten en kosten werden berekend aan de hand van politieonderzoek en verklaringen van betrokkene. Betrokkene voerde onder meer aan dat hij slechts als katvanger fungeerde en dat er meerdere betrokkenen waren die de opbrengst deelden.
De Hoge Raad bevestigde dat het hof niet uitdrukkelijk op elk verweer hoefde te reageren indien uit de uitspraak blijkt dat het verweer is verworpen. Het hof achtte het niet aannemelijk dat betrokkene slechts katvanger was en dat anderen voordeel hadden genoten. Ook het verweer dat mislukte oogsten en elektriciteitskosten in mindering moesten worden gebracht, werd verworpen omdat deze kosten niet in directe relatie stonden tot het delict of niet aannemelijk waren gemaakt.
De omzetting van huurkosten van gulden naar euro werd juist toegepast. Gelet op de persoonlijke omstandigheden van betrokkene, zoals werkloosheid en geen vermogen, stelde het hof de betalingsverplichting vast op een lager bedrag van €50.000. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee het arrest van het hof.
Uitkomst: Betrokkene is verplicht tot betaling van €50.000,- aan wederrechtelijk verkregen voordeel.