ECLI:NL:PHR:2007:BA4943
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Huisvredebreuk en het huisrecht bij onrechtmatig gebruik van een woning
In deze zaak staat de uitleg van art. 138 Sr Pro centraal, dat het huisrecht beschermt tegen binnendringen in een woning. De Hoge Raad stelt dat het huisrecht wordt ontleend aan de feitelijke bewoning, ongeacht of deze rechtmatig is. Dit betekent dat ook krakers die een woning onrechtmatig in gebruik hebben genomen, beschermd kunnen zijn tegen binnendringen.
De verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van huisvredebreuk en wederrechtelijk binnendringen in een woning die bij een ander in gebruik was. De verdediging voerde aan dat, omdat de krakers de woning onrechtmatig gebruikten, er geen sprake kon zijn van wederrechtelijk binnendringen volgens art. 138 Sr Pro. Dit verweer werd door het hof verworpen, en de Hoge Raad bevestigt deze uitleg.
Daarnaast werd het beroep op schending van het gelijkheidsbeginsel afgewezen, omdat het openbaar ministerie een afweging maakte op basis van het opportuniteitsbeginsel en de omstandigheden van de zaak. De Hoge Raad concludeert dat het hof de middelen terecht heeft verworpen en wijst het cassatieberoep af.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat huisvredebreuk ook kan worden vastgesteld bij onrechtmatig gebruik van een woning en wijst het cassatieberoep af.