ECLI:NL:PHR:2007:BA5040
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt beroep op verhandelen van wapens als strafverzwarende omstandigheid
In deze zaak stond verdachte terecht voor het verhandelen van wapens van categorie III zonder toestemming, waarbij hem werd verweten dat hij van deze handel een beroep had gemaakt. Het hof had op basis van verklaringen van getuigen en eigen verklaringen van verdachte geoordeeld dat sprake was van een stelselmatige handel in wapens met het oog op financieel gewin.
Verdachte betwistte de betrouwbaarheid van enkele getuigen, vooral [betrokkene 2] en [betrokkene 3], en voerde aan dat onvoldoende bewijs bestond voor het maken van een beroep op wapenshandel. Het hof had echter uitgebreid gemotiveerd waarom het desondanks aan deze verklaringen geloof hechtte en waarom het het beroepsmatige karakter aannam.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof geen onjuiste uitleg heeft gegeven aan het begrip 'beroep' in de zin van artikel 55, vierde lid, van de Wet wapens en munitie (WWM). Het hof mocht aannemen dat het geen incidentele, maar een bij verdachte gebruikelijke illegale praktijk betrof. Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bevestigd, waarbij verdachte wordt veroordeeld voor het maken van een beroep op het verhandelen van wapens.