ECLI:NL:PHR:2007:BA7958
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot omzetting faillissement in schuldsanering wegens niet-tijdige indiening en niet-te-goeder-trouwheid
De zaak betreft een verzoek van de schuldenaar om het faillissement, dat op verzoek van een crediteur was uitgesproken, op te heffen en gelijktijdig een schuldsaneringsregeling toe te passen. De rechtbank wees dit verzoek af omdat de schuldenaar niet te goeder trouw was met betrekking tot een deel van zijn schuld aan de Belastingdienst en het verzoek te laat was ingediend.
Het hof bevestigde het oordeel van de rechtbank, waarbij het aannam dat de mededeling over de mogelijkheid tot schuldsanering tweemaal naar het juiste adres van de schuldenaar was verzonden en dat het risico dat de schuldenaar deze niet had ontvangen, voor zijn rekening kwam. De Hoge Raad overwoog dat de beoordeling van de feitelijke verzending en ontvangst van de brief een feitelijke kwestie is die niet in cassatie aan de orde komt.
Verder benadrukte de Hoge Raad dat de strengere bewijsregels die gelden tussen particuliere partijen niet zonder meer toepasbaar zijn op de verhouding tussen een partij en de griffie van de rechtbank, die als betrouwbaar wordt beschouwd. De Hoge Raad bevestigde dat de termijn van veertien dagen voor het indienen van het verzoek strikt moet worden nageleefd en dat omstandigheden na het verstrijken van deze termijn niet tot toewijzing kunnen leiden.
De Hoge Raad erkende de harde consequenties van deze regeling, maar stelde vast dat de wetgever dit bewust zo heeft geregeld. Het beroep van de schuldenaar werd verworpen, waarmee het vonnis van het hof in stand bleef.
Uitkomst: Het verzoek tot omzetting van het faillissement in een schuldsanering werd afgewezen wegens niet-tijdige indiening en het ontbreken van te goeder trouw handelen.