ECLI:NL:HR:2005:AS9036
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- E.J. Numann
- W.A.M. van Schendel
- P. Neleman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek tot opheffing faillissement en toepassing schuldsaneringsregeling
Bij vonnis van 3 januari 2001 werd het faillissement uitgesproken van verzoeker op verzoek van schuldeisers. Verzoeker was niet verschenen bij de behandeling en trok later zijn verzet tegen het faillissementsvonnis in. Hij had bewust afgezien van het indienen van een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling binnen de gestelde termijn.
Op 30 augustus 2004 verzocht verzoeker alsnog het faillissement op te heffen en de schuldsaneringsregeling van toepassing te verklaren. De rechtbank wees dit verzoek af en het hof bekrachtigde dit oordeel. Het hof oordeelde dat verzoeker wegens hem toe te rekenen omstandigheden niet tijdig het verzoek had ingediend binnen de termijn van veertien dagen na de brief van de griffier.
In cassatie stelde verzoeker dat ook omstandigheden na die termijn meegewogen moesten worden, zoals het gedrag tijdens het faillissement en het advies van de curator. De Hoge Raad verwierp dit en bevestigde dat alleen omstandigheden binnen de termijn relevant zijn. Het beroep werd verworpen en het arrest van het hof bleef in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verzoek tot opheffing van het faillissement en toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen.