ECLI:NL:PHR:2007:BA9705
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over meldingsplicht en verval van recht op uitkering bij late schadeaanmelding
In deze zaak staat centraal of verzekeraars terecht het recht op uitkering konden laten vervallen wegens een te late melding van een schadegeval door de verzekerde, de Tros. De verzekeraars beriepen zich op een vervalbeding in de polisvoorwaarden dat stelt dat het recht op uitkering vervalt indien de melding niet binnen drie jaar na bekendheid met de schade is gedaan.
De feiten betreffen een aansprakelijkheidsverzekering die Tros sloot bij Winterthur en Fortis. Een redacteur, betrokkene, stelde Tros aansprakelijk wegens RSI-klachten. De melding van deze aansprakelijkheid aan de verzekeraars vond pas meer dan drie jaar later plaats. De verzekeraars stelden dat hierdoor hun recht op uitkering was vervallen.
De rechtbank en het hof oordeelden dat het vervalbeding niet zonder meer kan worden toegepast; de verzekeraars moeten aantonen dat zij door de late melding in een redelijk belang zijn geschaad. De Hoge Raad bevestigt dit en verduidelijkt dat het enkele feit dat verzekeraars niet tijdig onderzoek konden doen onvoldoende is om het vervalbeding toe te passen. De verzekeraar moet concrete feiten en omstandigheden stellen die het vermoeden rechtvaardigen dat hij daadwerkelijk benadeeld is. De verzekerde kan hiertegen stellen dat de schade toch kan worden vastgesteld.
De Hoge Raad wijst het cassatieberoep van de verzekeraars af en benadrukt dat de bewijslast en stelplicht in dit kader primair bij de verzekeraar liggen, maar dat ook de reactie van de verzekerde van belang is. Dit arrest bevestigt de bescherming van verzekerden tegen het rigide toepassen van vervalbedingen zonder aantoonbare schade voor de verzekeraar.
Uitkomst: Het beroep van de verzekeraars op het vervalbeding wordt verworpen omdat zij niet hebben aangetoond dat zij in een redelijk belang zijn geschaad door de late melding.