ECLI:NL:PHR:2007:BB2968
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor medeplegen hennepbewaring ondanks bewijsuitsluiting en transactiegeschil
In deze zaak werd verdachte veroordeeld voor medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van ongeveer 1,6 kilogram hennep in zijn woning. De verdediging voerde onder meer aan dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens het achterwege blijven van een transactieaanbod, en dat het bewijs onrechtmatig was verkregen door een onrechtmatige inval in de woning. Daarnaast werd verzocht om het horen van verbalisanten als getuigen.
De Hoge Raad oordeelde dat het openbaar ministerie niet verplicht was een transactie aan te bieden gezien het aantal sanctiepunten en de recidive van verdachte. De vermeende onrechtmatigheid van de inval werd verworpen omdat er een geldige machtiging tot binnentreden was afgegeven. Verzoeken tot het horen van getuigen werden niet als voldoende gespecificeerd beoordeeld en behoefden geen uitdrukkelijke beslissing. De strafoplegging tot een werkstraf van 80 uur, subsidiair 40 dagen hechtenis, werd als passend en voldoende gemotiveerd beschouwd.
De Hoge Raad bevestigde dat het begrip 'aanwezig hebben' een feitelijke situatie aanduidt waarbij eigendom of direct belang niet vereist is. Verdachte was zich bewust van de aanwezigheid van de hennep in zijn woning, wat voldoende is voor medeplegen. De cassatiemiddelen werden verworpen en het arrest van het hof bleef in stand.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een werkstraf van 80 uur, subsidiair 40 dagen hechtenis wegens medeplegen van hennepbewaring.