ECLI:NL:HR:2007:BB2968
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- B.C. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Nietigheid wegens ontbreken beslissing op verzoeken tot horen van verbalisanten in hennepzaak
De verdachte werd door het Hof Arnhem veroordeeld voor het medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van ongeveer 1600 gram hennep, een middel als bedoeld in lijst II van de Opiumwet. De bewezenverklaring steunde op politieprocessen-verbaal van verbalisanten die de hennep aantroffen tijdens een instap van het arrestatieteam in de woning van de verdachte.
De verdediging verzocht tijdens het hoger beroep om het horen van twee verbalisanten als getuigen, onder meer om de hoeveelheid hennep en het politieoptreden te kunnen toetsen. Deze verzoeken voldeden aan de wettelijke voorwaarden van artikel 315 jo Pro. 328 Sv, maar het Hof heeft nagelaten hierop een uitdrukkelijke beslissing te nemen.
De Hoge Raad oordeelt dat dit verzuim leidt tot nietigheid van het arrest op grond van artikel 330 jo Pro. 415 Sv. Tevens is twijfel gerezen over de rechtmatigheid van het binnentreden van het arrestatieteam, hetgeen aanleiding geeft tot het verzoek tot bewijsuitsluiting. De zaak wordt vernietigd en verwezen naar het Hof Arnhem voor een nieuwe behandeling waarbij de verzoeken tot het horen van de verbalisanten moeten worden beslist.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd wegens nietigheid door het ontbreken van een beslissing op verzoeken tot het horen van verbalisanten en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.