ECLI:NL:HR:2003:AF8678
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- G.J.M. Corstens
- A.J.A. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring Openbaar Ministerie wegens niet aanbieden transactie bij bezit kleine hoeveelheid cocaïne
In deze strafzaak werd verdachte ten laste gelegd dat hij op 13 november 2000 te Amsterdam 1,98 gram cocaïne bij zich had. Het Gerechtshof Amsterdam verklaarde het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging omdat het geen transactieaanbod had gedaan, terwijl de geldende richtlijnen dat voorschreven voor dergelijke hoeveelheden.
De Hoge Raad overwoog dat de nieuwe beleidsregels voor strafvordering Opiumwet, harddrugs, die op 1 januari 2001 in werking traden, van toepassing zijn op de vervolgingsbeslissing, ook al was het feit gepleegd onder de oude beleidsregels. Deze nieuwe regels schrijven voor dat bij een sanctiepuntenaantal onder de 20 in principe een geldtransactie moet worden aangeboden.
In deze zaak bedroeg het sanctiepuntenaantal 15,28, wat een transactieverplichting impliceert. Het OM had geen bijzondere omstandigheden aangevoerd om hiervan af te wijken. Het hof had daarom het OM terecht niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van het OM en bevestigde het arrest van het hof.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet aanbieden van een transactie bij bezit van 1,98 gram cocaïne.