ECLI:NL:PHR:2007:BB5408
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over opzetclausule in aansprakelijkheidsverzekering bij sterk verminderde toerekeningsvatbaarheid
De zaak betreft een geschil tussen eiseres en ABN AMRO Schadeverzekeringen over de dekking onder een aansprakelijkheidsverzekering na een ernstig geweldsincident waarbij eiseres door haar ex-echtgenoot met een vuisthamer werd mishandeld. Het hof Arnhem had geoordeeld dat de opzetclausule van toepassing was omdat de verzekerde het letsel met opzet had toegebracht, mede gebaseerd op een strafrechtelijke veroordeling en het bewijsrechtelijke artikel 161 Rv Pro.
Eiseres stelde dat de verzekerde ten tijde van het incident sterk verminderd toerekeningsvatbaar was, zoals geconcludeerd door het Pieter Baan Centrum, en dat daardoor geen sprake was van opzet in de zin van de polis. De rechtbank had het beroep op de opzetclausule afgewezen, maar het hof had dit beroep gegrond verklaard.
De Hoge Raad gaat in op de verschillen tussen het begrip opzet in het strafrecht en in het verzekeringsrecht, waarbij in het verzekeringsrecht een subjectievere en terughoudendere benadering geldt, zeker bij psychische stoornissen. De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de sterk verminderde toerekeningsvatbaarheid niet tot het oordeel leidt dat de opzetclausule niet van toepassing is. Ook is de beperking van het tegenbewijs door eiseres tot niet-geestelijke feiten onterecht.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak voor verdere behandeling terug naar een ander hof, met de opdracht om de verwijtbaarheid van het handelen van de verzekerde en de gevolgen van zijn psychische stoornis nader te onderzoeken.
Uitkomst: Het arrest van het hof Arnhem wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nadere beoordeling van de opzetclausule bij sterk verminderde toerekeningsvatbaarheid.