ECLI:NL:HR:2004:AR3290
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- J.B. Fleers
- H.A.M. Aaftink
- P.C. Kop
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid van onderaannemer voor asbestblootstelling en mesothelioom bij werknemer van hoofdaannemer
De zaak betreft een vordering van de erfgenamen van een werknemer van NDSM, die mesothelioom kreeg door blootstelling aan asbest tijdens zijn werkzaamheden op de scheepswerf. Hertel, een onderaannemer die isolatiewerkzaamheden met asbest verrichtte, werd aangesproken voor de schade.
De rechtbank en het hof oordeelden dat Hertel onrechtmatig had gehandeld door onvoldoende veiligheidsmaatregelen te treffen, ondanks dat de werknemer niet bij Hertel in dienst was. Hertel voerde verweer dat zij geen zorgplicht had jegens werknemers van NDSM en dat het causaal verband ontbrak, maar deze verweren werden verworpen.
De Hoge Raad bevestigde dat de normen uit art. 7:658 BW Pro niet van toepassing zijn, maar dat Hertel als verspreider van asbeststof een zorgplicht had tegenover iedereen die aan die stof werd blootgesteld. De maatschappelijke opvattingen en kennis over asbestgevaar vanaf 1949 waren bepalend voor de zorgvuldigheidsnorm.
Het hof had voldoende gemotiveerd dat Hertel onzorgvuldig handelde door niet passende veiligheidsmaatregelen te treffen, ook nadat bekend werd dat asbest blootstelling mesothelioom kan veroorzaken. Het cassatieberoep werd verworpen en Hertel werd veroordeeld in de kosten.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt de aansprakelijkheid van Hertel voor onrechtmatige blootstelling aan asbeststof en de daaruit voortvloeiende schade.