ECLI:NL:PHR:2007:BB7713
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing aansprakelijkheid Rabobank voor valutatermijntransacties
De zaak betreft een geschil tussen rekeninghouders en Rabobank over schade geleden bij valutatermijntransacties in Amerikaanse dollars. De rekeninghouders stelden dat Rabobank tekort was geschoten door onvoldoende zorgvuldigheid, onvoldoende waarschuwing voor risico's, het niet stellen van een margin van 10% en het onzorgvuldig advies om posities te gelde te maken.
De rechtbank wees de vorderingen af en het hof bekrachtigde dit oordeel, met een nadere motivering over de deskundigheid van de rekeninghouders, hun gezonde vermogenspositie en het ontbreken van causaal verband tussen vermeende tekortkomingen en de schade. Het hof stelde dat Rabobank niet tekort was geschoten in haar zorgplicht en dat de rekeninghouders de risico's kenden en bereid waren te dragen.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof en wijst het cassatieberoep af. De Raad benadrukt dat valutatermijntransacties relatief eenvoudig zijn, dat rekeninghouders voldoende ervaring hadden en dat het hof terecht oordeelde dat Rabobank niet aansprakelijk is. Ook de omkeringsregel wordt niet toegepast omdat onvoldoende is gesteld dat het specifieke gevaar zich heeft verwezenlijkt.
De uitspraak onderstreept het belang van zorgvuldigheid en kennis bij risicovolle beleggingen en bevestigt dat banken niet zonder meer aansprakelijk zijn voor verliezen bij valutatermijntransacties, zeker wanneer cliënten ervaren en vermogend zijn.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt dat Rabobank niet aansprakelijk is voor de verliezen bij valutatermijntransacties.