ECLI:NL:PHR:2008:AX6306
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over aftrek van inkoop-omzetbelasting bij carrouselfraude met autobanden
In deze zaak stond de aftrek van inkoop-omzetbelasting centraal bij transacties met autobanden waarbij sprake was van vermoedelijke carrouselfraude. De belanghebbende had banden gekocht via schimmige leveranciers die de omzetbelasting niet voldeden, terwijl hij de belasting wel aftrok. Het hof stelde vast dat de feitelijke levering niet plaatsvond via de gefactureerde leveranciers, maar via een Duitse partij, en dat de belanghebbende dit wist of had moeten weten.
Het hof oordeelde dat de facturen niet aan de wettelijke eisen voldeden en dat de belanghebbende onvoldoende bewijs leverde voor toepassing van het nultarief bij intracommunautaire leveringen. Tevens werd geoordeeld dat de belanghebbende niet te goeder trouw was en dat de naheffingsaanslag en boetes terecht waren opgelegd. De Hoge Raad bevestigde deze oordelen en benadrukte dat het recht op aftrek afhankelijk is van de feitelijke levering en het voldoen aan wettelijke eisen.
De zaak illustreert de complexiteit van BTW-carrouselfraude en de noodzaak voor ondernemers om zorgvuldig te zijn bij het accepteren van facturen en het aantonen van vervoer. De Hoge Raad verwees uitvoerig naar Europese jurisprudentie, waaronder arresten van het Hof van Justitie, en beleidsregels omtrent misbruik van recht en fraude. De uitspraak bevestigt dat bij fraude het aftrekrecht kan worden geweigerd en dat ondernemers aansprakelijk kunnen zijn indien zij niet zorgvuldig handelen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de naheffingsaanslag en boetes terecht zijn opgelegd wegens onrechtmatige aftrek van omzetbelasting en onvoldoende bewijs voor toepassing van het nultarief.