ECLI:NL:PHR:2008:AZ8531
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van aandelenfusiefaciliteit bij interne aandelenruil en verkoop met oog op belastingontwijking
Deze zaak betreft de fiscale behandeling van een aandelenfusie waarbij de belanghebbende aandelen in een vennootschap inbracht in ruil voor aandelen in een andere vennootschap, gevolgd door een verkoop van de verworven aandelen. De inspecteur stelde dat de aandelenfusie niet gefacilieerd kon worden omdat belastingontwijking of ongerechtvaardigd uitstel van inkomstenbelasting het hoofddoel was.
Het Hof oordeelde dat de aandelenfusie was overeengekomen voordat het voornemen ontstond tot verkoop van de aandelen en dat het motief voor de fusie moet worden beoordeeld op het moment van het aangaan van de overeenkomst. Het Hof vond dat de inspecteur onvoldoende feiten had gesteld om belastingontwijking als hoofddoel aan te tonen.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep van de Minister. Het arrest benadrukt dat de beoordeling van het motief voor een aandelenfusie richtlijnconform moet plaatsvinden op het moment van de totstandkoming van de overeenkomst en niet op het moment van uitvoering. Tevens is bevestigd dat uitstel van belastingheffing niet automatisch gelijkstaat aan belastingontwijking. De aandelenfusiefaciliteit werd daarmee terecht toegepast.
De uitspraak bevat uitgebreide overwegingen over de uitleg van de Fusierichtlijn, de implementatie in de Nederlandse wetgeving en de jurisprudentie omtrent het begrip belastingontwijking en zakelijke overwegingen bij aandelenfusies. Het arrest is van belang voor de fiscale praktijk en verduidelijkt de voorwaarden waaronder een aandelenfusie fiscaal gefacilieerd kan worden, ook bij interne transacties zonder grensoverschrijdend element.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de aandelenfusiefaciliteit terecht is toegepast omdat belastingontwijking als hoofddoel niet was bewezen.