ECLI:NL:GHAMS:2006:AX9124
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. den Boer
- E.A.G. van der Ouderaa
- J.W. Zwemmer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling gefacilieerde aandelenfusie bij belastingaanslag inkomstenbelasting
Belanghebbende had in 1999 aandelen in verschillende vennootschappen en voerde een aandelenfusie uit waarbij aandelen in A BV werden ingebracht in R Holding B.V. tegen uitgifte van nieuwe aandelen. De inspecteur stelde dat deze fusie geen gefacilieerde aandelenfusie was vanwege vermeende belastingontwijking en legde een aanslag inkomstenbelasting op.
Het Hof stelde vast dat het motief voor de fusie moet worden beoordeeld op het moment van de totstandkoming van de obligatoire overeenkomst, niet bij de effectuering. Er was onvoldoende bewijs dat belastingfraude of -ontwijking het hoofddoel was toen de fusie werd overeengekomen. Ook was niet aannemelijk dat de aandelen al waren bestemd voor doorverkoop aan een derde partij.
Daarom kwalificeerde het Hof de uitgifte van aandelen als een gefacilieerde aandelenfusie conform artikel 14b van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 en vernietigde de aanslag inkomstenbelasting, waarbij het belastbaar inkomen aanzienlijk werd verlaagd. De aanslagen Waz en VB werden gehandhaafd. Het Hof veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting wordt vernietigd en verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 185.967 omdat de aandelenfusie als gefacilieerde aandelenfusie wordt aangemerkt.