ECLI:NL:PHR:2012:BP6629
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing fiscale splitsingsbeschikking wegens ontbreken zakelijke overwegingen
De zaak betreft een verzoek van X B.V. om een beschikking ex artikel 14a, lid 10, Wet op de Vennootschapsbelasting 1969, waarin zekerheid wordt gevraagd dat een voorgenomen splitsing niet in overwegende mate is gericht op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing. De Inspecteur wees dit verzoek af, stellende dat de splitsing hoofdzakelijk was gericht op het uitstellen van belastingheffing, met name om aanmerkelijkbelangheffing en overdrachtsbelasting te vermijden.
De Rechtbank Arnhem oordeelde aanvankelijk dat de splitsing wel zakelijke overwegingen kende en verklaarde het beroep van de belanghebbende gegrond. Het Hof Arnhem vernietigde deze uitspraak en stelde dat de splitsing feitelijk neerkwam op een uitkoop van een aandeelhouder, waarbij de zakelijke motieven ontbraken en het wettelijke vermoeden van belastingontduiking werd bevestigd. De belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen dit oordeel.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het Hof dat de voorgenomen splitsing niet voldoet aan de voorwaarden voor fiscale begeleiding onder artikel 14a Wet Vpb en de Fusierichtlijn. Het Hof heeft terecht geoordeeld dat de splitsing hoofdzakelijk gericht is op het uitstellen van belastingheffing en dat zakelijke overwegingen ontbreken. Ook is vastgesteld dat de splitsing niet valt onder het begrip splitsing in de zin van de wet, omdat alle vermogensbestanddelen op één vennootschap overgaan, wat niet in overeenstemming is met de fiscale faciliteiten.
De Hoge Raad behandelt uitgebreid de relevante bepalingen uit de Wet Vpb, de Fusierichtlijn en jurisprudentie van het Hof van Justitie EU, waarbij wordt benadrukt dat belastinguitstel als vorm van belastingontwijking kan worden aangemerkt indien het strijdig is met doel en strekking van de richtlijn. De zaak illustreert de toepassing van anti-misbruikbepalingen bij fiscale herstructureringen en bevestigt het belang van zakelijke motieven voor fiscale faciliteiten.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de voorgenomen splitsing niet in aanmerking komt voor fiscale begeleiding wegens het ontbreken van zakelijke motieven en het gericht zijn op het uitstellen van belastingheffing.