ECLI:NL:PHR:2008:BB6217
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak poging tot moord wegens onvoldoende bewijs en onduidelijke motivering hof
De zaak betreft een verdachte die werd verdacht van poging tot moord door te hebben geschoten op een slachtoffer in een trappenhuis in Den Haag. Het hof sprak verdachte vrij van poging tot moord, maar veroordeelde hem voor andere feiten en legde een gevangenisstraf op met onttrekking aan het verkeer van een pistoolholster.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het het standpunt van het Openbaar Ministerie, dat sprake was van voorbedachte raad, niet volgde. Tevens is de motivering voor de onttrekking aan het verkeer van de pistoolholster onvoldoende, omdat niet is vastgesteld dat de holster daadwerkelijk bij het strafbare feit is gebruikt of dat het bezit ervan in strijd is met de wet of het algemeen belang.
Verder concludeert de Hoge Raad dat de verklaringen van het slachtoffer onbetrouwbaar zijn en dat het technisch onderzoek en verklaringen van andere getuigen de stelling van de verdachte ondersteunen dat hij bewust mis heeft geschoten om het slachtoffer bang te maken. Hierdoor is het opzet op doodslag niet wettig en overtuigend bewezen. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof voor zover het betrekking heeft op het tenlastegelegde feit en de strafoplegging, en verwerpt de overige beroepen.
Uitkomst: De verdachte wordt vrijgesproken van poging tot moord wegens onvoldoende bewijs en het arrest van het hof wordt vernietigd voor het tenlastegelegde feit en de strafoplegging.