ECLI:NL:HR:1999:AA3358
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Mijnssen
- Heemskerk
- Jansen
- De Savornin Lohman
- Kop
- Rechtspraak.nl
Nietigverklaring huwelijk afgewezen wegens ontbreken onmiddellijk rechtsbelang
De vrouw verzocht op grond van artikel 1:69 lid 1 BW Pro nietigverklaring van het huwelijk gesloten op 20 september 1991, omdat de man ten tijde van het huwelijk reeds gehuwd was met een andere vrouw. De rechtbank verklaarde het huwelijk nietig, maar het hof vernietigde deze beschikking en wees het verzoek af. De vrouw stelde beroep in cassatie in tegen het oordeel van het hof.
De Hoge Raad overwoog dat onder 'echtgenoten' in artikel 1:69 lid 1 onder Pro b BW niet ook gewezen echtgenoten vallen, zodat de vrouw als gewezen echtgenote niet op die grond nietigverklaring kan vragen. Het hof had de vrouw terecht onder artikel 1:69 lid 1 onder Pro c BW gerangschikt, maar oordeelde dat het emotionele belang van de vrouw geen onmiddellijk rechtsbelang vormt. Dit oordeel werd door de Hoge Raad bevestigd.
De vrouw voerde aan dat het emotionele belang en het strijdige karakter met de openbare orde een onmiddellijk rechtsbelang opleveren, maar dit werd verworpen. De Hoge Raad concludeerde dat het ontbreken van een onmiddellijk rechtsbelang het beroep tot nietigverklaring niet kan dragen en verwierp het cassatieberoep.
Uitkomst: Het beroep van de vrouw tot nietigverklaring van het huwelijk wordt verworpen wegens ontbreken van een onmiddellijk rechtsbelang.