ECLI:NL:PHR:2008:BC0258
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling partner- en kinderalimentatie bij echtscheiding met onduidelijkheden over zwarte inkomsten
De zaak betreft een geschil over partner- en kinderalimentatie na ontbinding van het huwelijk tussen de man en vrouw. De rechtbank stelde alimentatiebedragen vast, waarbij de man zich verzette tegen vermeende zwarte inkomsten die de vrouw aanvoerde. Het hof oordeelde dat de man onvoldoende financiële inzage had gegeven, waardoor het netto gezinsinkomen ten tijde van het uiteengaan niet betrouwbaar kon worden vastgesteld. Daarom werd het verzoek van de man tot verlaging van de alimentatie afgewezen en de beschikking van de rechtbank bekrachtigd.
De man voerde in cassatie aan dat het hof ten onrechte de stellingen van de vrouw als voldoende aannemelijk had beoordeeld zonder haar bewijs op te dragen en dat het hof onvoldoende onderzoek had gedaan naar de zwarte tegoeden. De Hoge Raad verwierp deze klachten en bevestigde dat het hof terecht de fiscale maatregelen als zwaarwegende aanwijzing had betrokken en dat de man onvoldoende gemotiveerd had weersproken. De beoordeling van bewijs en stelplicht werd als juist beschouwd.
De Hoge Raad benadrukte dat het hof niet verplicht was om verder onderzoek te doen bij gebrek aan adequate financiële gegevens en dat de stellingen van de vrouw als vaststaand mochten worden aangenomen. Ook het beroep op artikel 6 EVRM Pro faalde, omdat het hof de fiscale demarches als prima facie bewijs mocht waarderen. De cassatie werd verworpen, waarmee de alimentatieverplichtingen ongewijzigd bleven.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen en de alimentatieverplichtingen blijven ongewijzigd.