ECLI:NL:PHR:2008:BC1264
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling faillietverklaring en schuldsanering bij betwisting steunvordering
In deze zaak betwist de verzoeker tot cassatie het faillissement dat in eerste aanleg en hoger beroep tegen hem is uitgesproken op verzoek van Santander Consumer Finance B.V., die een opeisbare vordering uit een leaseovereenkomst op hem heeft. De rechtbank en het hof wezen het verzoek tot faillietverklaring toe, waarbij het hof onder meer vaststelde dat de vordering van Santander niet voldoende was weersproken en dat de verzoeker meerdere schulden onbetaald liet.
De verzoeker voerde aan dat een fiscale steunvordering niet als zodanig mocht worden aangemerkt vanwege een betalingsregeling met de belastingdienst, en dat het hof had moeten onderzoeken of hij nog in aanmerking kon komen voor schuldsanering. De Hoge Raad overweegt dat de Faillissementswet expliciet voorschrijft dat de schuldsaneringsregeling voorrang heeft, maar dat het aan de schuldenaar is om een verzoek daartoe tijdig in te dienen. Het hof hoefde niet ambtshalve onderzoek te doen naar een dergelijk verzoek als daar geen concrete aanwijzingen voor waren.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat het hof terecht de vordering van Santander als vaststaand heeft aangenomen, aangezien de verzoeker deze niet voldoende heeft betwist. Ook het gebruik van steunvorderingen zonder toestemming van de ontvanger is niet onrechtmatig. De Hoge Raad concludeert dat de klachten geen aanleiding geven tot cassatie en wijst het beroep af.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt het faillissement en wijst het cassatieberoep af.